Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
[naam maatschap] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de betaling voor waarnemingswerkzaamheden van notarieel medewerkers centraal. De maatschap vorderde betaling van een bedrag dat zij claimde te hebben verdiend op grond van een lastgevingsovereenkomst met [A]. Het hof beoordeelde of deze lastgeving rechtsgeldig was en welk tarief voor de werkzaamheden redelijk was.
De maatschap bracht een akte van bevestiging lastgeving in het geding, waarin werd gesteld dat op 17 februari 2015 mondeling een overeenkomst tot lastgeving was gesloten. Hoewel appellanten dit ongeloofwaardig vonden en het ontbreken van een schriftelijk stuk tot die datum aanvoerden, oordeelde het hof dat een mondelinge lastgeving rechtsgeldig kan zijn en dat de maatschap de vordering mocht innen.
Het hof stelde vast dat het tarief van €100 per uur exclusief btw passend was voor de werkzaamheden van drie notarieel juristen die niet allen notaris waren ten tijde van de werkzaamheden. De maatschap mocht niet het hogere uurtarief van €150 voor alle uren toepassen. Het totaal toe te wijzen honorarium bedroeg €7.675 exclusief btw, met bijkomende kosten en rente leidend tot een totaal van €10.761,34.
Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg, wees de vordering tegen Notariskantoor [X] af, veroordeelde [X] in de kosten en legde de wettelijke rente vast. Tevens werd een terugbetaling aan [X] bevolen van teveel betaalde bedragen uit hoofde van het eerdere vonnis. Het arrest werd uitgesproken op 26 februari 2019.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [X] tot betaling van €10.761,34 aan de maatschap en wijst de vordering tegen Notariskantoor [X] af.