ECLI:NL:GHAMS:2019:669
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek moeder
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon heeft verlengd. De minderjarige is sinds 2016 uit huis geplaatst vanwege een onveilige opvoedomgeving en gedragsproblemen. Na verblijf in een pleeggezin en kortdurende opvang is de machtiging verlengd tot juli 2019.
De moeder betoogde dat de verlenging niet noodzakelijk is, mede vanwege positieve ontwikkelingen in haar opvoedvaardigheden en het feit dat de minderjarige na een incident in het pleeggezin tijdelijk bij haar verbleef. Zij verzocht tevens om een contra-expertise op grond van artikel 810a Rv. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de moeder onvoldoende opvoedvaardigheden heeft, mede door haar licht verstandelijke beperking, en dat verlenging in het belang van de minderjarige is.
Het hof oordeelde dat de gronden voor verlenging aanwezig zijn en dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en duidelijkheid voorop staat. Het verzoek om nader onderzoek werd afgewezen omdat reeds voldoende onderzoeken zijn verricht en het belang van de minderjarige bij duidelijkheid het onderzoek in de weg staat. De beschikking van de kinderrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het verzoek tot nader onderzoek afgewezen.