ECLI:NL:GHAMS:2019:755
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen gerechtsdeurwaarder over betalingstermijn en betekening bankbeslag ongegrond verklaard
In deze civiele zaak heeft de toegevoegd gerechtsdeurwaarder hoger beroep ingesteld tegen een tuchtmaatregel opgelegd door de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Klager had een klacht ingediend over twee punten: een onredelijk korte betalingstermijn en het niet naleven van de wettelijke termijn van acht dagen bij de betekening van een bankbeslag.
De kamer had het tweede klachtonderdeel gegrond verklaard en een berisping opgelegd aan de toegevoegd gerechtsdeurwaarder, terwijl het eerste klachtonderdeel ongegrond werd verklaard. Het hof toetst de klacht in volle omvang en oordeelt dat de toegevoegd gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor handelingen binnen zijn organisatie waarbij hij niet betrokken was.
Het hof stelt vast dat de toegevoegd gerechtsdeurwaarder het bankbeslag heeft gelegd, maar niet verantwoordelijk was voor de verdere verwerking en betekening daarvan. De kamer heeft ten onrechte geoordeeld dat hij hiervoor aansprakelijk was. Daarom vernietigt het hof de eerdere beslissing en verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond.
Uitkomst: De klacht tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de berisping vernietigd.