Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.VESTING FINANCE SERVICING B.V.,
FGH BANK N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond het hoger beroep van appellant tegen vonnissen van de voorzieningenrechter in kort geding centraal, waarin VFS c.s. was veroordeeld tot het staken van de executie van onroerende zaken. Het hof had eerder een tussenarrest gewezen waarin appellant ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep op grond van een doorbrekingsgrond vanwege schending van het hoor en wederhoor.
Later bleek dat het hof niet op de hoogte was dat appellant al hoger beroep had ingesteld tegen een eerder vonnis, dat inmiddels was bekrachtigd. Dit leidde tot heroverweging van de bindende eindbeslissing uit het tussenarrest. Het hof concludeerde dat appellant alsnog niet ontvankelijk is in het hoger beroep, omdat het hoger beroep tegen het eerdere vonnis het latere vonnis meebeslaat.
Partijen kregen gelegenheid zich uit te laten over deze heroverweging, maar appellant gaf geen voldoende grond om af te zien van de niet-ontvankelijkverklaring. Het hof veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 2.874,-. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2019.
Uitkomst: Appellant is niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.