Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- akte rectificatie van de kant van [X] ;
- memorie van antwoord;
- akte rectificatie van de kant van [X] ;
- antwoordakte van de kant van de gemeente.
2.De feiten
3.De beoordeling
heeft [Y] de door hem getaxeerde waarden besproken met de heer [X] , die de objecten al eerder getaxeerd heeft. Uit dit overleg is gebleken dat niet alleen de door beide taxateurs vastgestelde waarde vrijwel gelijk waren, maar ook dat de gekozen methodiek gelijk was. Ook de canon hebben de deskundige op een vrijwel gelijke hoogte berekend.
- kopie factuur van de deskundige
- bewijs van betaling aan de deskundige.”
“Deskundige bijstand i.v.m. erfpacht. Kosten taxatie- en schaderapport zijn in rekening gebracht bij de Gemeente Haarlem. Niet betrokken in deze factuur”.Volgens [X] betreft het hier telkens “advieskosten en die van deskundige bijstand en onderzoek aan en ten behoeve van de betreffende erfpachter”, maar [X] heeft deze (beweerde) werkzaamheden in het geheel niet (nader) geconcretiseerd. Het gaat hier om het bedrag dat de gemeente blijkens haar brieven aan de erfpachters van de eerste drie maanden van 2014 aan de betrokken erfpachters zou voldoen, gebaseerd op de begroting van [X] in zijn brief van 28 augustus 2013. Deze begroting had, zo staat tussen partijen vast, betrekking op zowel de taxatie- als de schadevaststellingswerkzaamheden en sloot derhalve – in totaal – op ongeveer € 2.000,= (exclusief btw). De gemeente heeft dan ook met de betaling van (telkens) dit bedrag aan de erfpachters beoogd te voldoen aan haar in artikel 11 lid 7 van Pro de AV neergelegde verplichting de kosten van de taxatie- en schadevaststellingswerkzaamheden voor haar rekening te nemen. Het valt bovendien zonder toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom de gemeente het op zich zou nemen om naast de verplichte kosten op grond van artikel 11 lid 7 van Pro de AV de erfpachters nog andere deskundigenkosten te vergoeden. Anders dan [X] betoogt, kan uit de zinsnede “de
eventueel[cursivering van het hof] gemaakte deskundige kosten” in de onder 3.1 (n) geciteerde brieven aan de erfpachters niet worden afgeleid dat de gemeente hier het oog had op andere (deskundige) werkzaamheden dan die wegens taxatie en schadevaststelling. Kennelijk heeft de gemeente hiermee tot uitdrukking willen brengen het bedrag van € 2.420,= slechts te zullen vergoeden, indien daadwerkelijk deskundigenkosten voor taxatie en schadevaststelling waren gemaakt. Het feit dat de gemeente de erfpachters voormeld bedrag heeft betaald naar aanleiding van facturen van [X] waarop was vermeld dat het hier
nietging om de kosten van taxatie- en schaderapport doet daaraan niet af. Uit de onder 3.1 (o) geciteerde passage van de schadevaststellingsrapporten blijkt niet dat het bij het bedrag van € 2.420,= ging om andere deskundigenkosten dan die van taxatie en schadevaststelling. Dit staat wel in de aldaar eveneens geciteerde “verklaring”, maar uit de brief van de gemeente van 17 april 2014 blijkt dat de gemeente deze verklaring ziet als strijdig met de door haar met [X] gemaakte afspraak dat laatstgenoemde geen dubbele betaling zou ontvangen. De passage in de brief dat de gemeente “voorts” “per dossier” zal uitbetalen aan [X] en [Y] berust, gezien al het voorgaande, kennelijk op een vergissing althans is onvoldoende zwaarwegend om anders te kunnen oordelen. Ten slotte heeft de gemeente [X] – anders dan deze stelt – geen financiële limiet gesteld van € 2.000,= (exclusief btw) voor taxatie- en/of schadevaststellingskosten per perceel en/ of erfpachter. De gemeente zou dit ook niet kunnen, omdat zij niet de opdrachtgeefster van [X] was. Wel was en is de gemeente slechts bereid dit bedrag (en niet meer) aan de erfpachters te vergoeden. Of dat standpunt (in het licht van artikel 11 lid 7 van Pro de AV) houdbaar is ten opzichte van erfpachters die in feite hogere taxatie- en/ of schadevaststellingskosten dan voormeld bedrag hebben gemaakt (en bij de gemeente in rekening willen brengen), kan in het midden blijven omdat het antwoord op deze vraag niet relevant is voor de onderhavige vordering van [X] op de gemeente.