Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Partiële vrijspraak feit 7
Bewijsoverwegingen
flashengenoemd. Zijn plan was om anderen geld afhandig te maken door zich voor te doen als iemand die personen kende die drugs op vliegtuigen wilden plaatsen, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Die anderen zouden dan zijn plannen om cocaïne te transporteren moeten financieren. Om dit “flashverhaal” kracht bij te kunnen zetten, had hij de onderhoudsschema’s en (foto’s van) geschikte verbergplekken nodig om aan de te
flashenpersonen te kunnen tonen. Aan de andere kant moest hij de verdachte en de zijnen doen geloven dat hij daadwerkelijk bezig was met de plannen voor invoer van drugs, omdat hij anders de informatie die hij voor het
flashennodig had (schema’s en foto’s), niet meer zou krijgen. Hij had een kennis genaamd [naam 2] ingeschakeld om zogenaamd aan te tonen dat hij bezig was een transport te realiseren. Deze [naam 2], die [medeverdachte 4] op Curaçao had ontmoet via een goede vriendin van hem, was door hem geïnformeerd over zijn flashplan en door hem overgehaald om het spelletje mee te spelen. [medeverdachte 4] heeft [naam 2] in ruil daarvoor geen geld of iets anders beloofd. Het was gelukt om drie mensen te
flashen: [medeverdachte 6] (voor een bedrag van € 1.500,00), een kennis genaamd [naam 3] (voor een bedrag van ongeveer € 5.000,00) en een derde (voor een bedrag van € 3.500,00). De zich in het dossier bevindende telefoongesprekken waaraan hij heeft deelgenomen, moeten in het licht van dit “flashverhaal” worden bezien. En dat zijn verklaring op waarheid berust, vindt bovendien steun in het feit dat door de groep nimmer enige cocaïne naar Nederland is ingevoerd, aldus steeds [medeverdachte 4].
geflasht, [naam 3], zou volgens [medeverdachte 4] inmiddels zijn vermoord. Een andere persoon die hij zou hebben
geflasht, [medeverdachte 6], heeft zich – gehoord als getuige – op zijn verschoningsrecht beroepen en heeft zijn verhaal dus niet bevestigd. Over de derde persoon die [medeverdachte 4] voor de gek heeft gehouden, wil [medeverdachte 4] uit angst niets verklaren. Ook van ‘[naam 2]’ heeft [medeverdachte 4] geen contactgegevens kunnen overleggen. Ook overigens biedt het dossier op geen enkel punt steun voor het verhaal van [medeverdachte 4].
flashenen niets met verdovende middelen te maken zou hebben. Daarbij valt op dat [naam 3] vervolgens weet aan te geven waar de cocaïne zou zijn geplaatst, welke informatie dan terstond door [medeverdachte 4] aan de verdachte respectievelijk [medeverdachte 5] wordt doorgeleid.
flashenwas, feitelijke grondslag ontbeert en reeds om die reden niet slaagt. Voor zover daarnaast het verweer is gevoerd dat de voorbereidingshandelingen (ook overigens) zo ondeugdelijk zijn geweest dat zij nimmer tot het door de verdachte beoogde doel hebben kunnen leiden, faalt het eveneens. Dat het – mogelijk – niet tot een daadwerkelijke invoer van cocaïne is gekomen, maakt niet dat de voorbereidings-handelingen absoluut ondeugdelijk waren. Ook indien intensief getracht is cocaïne naar Nederland te brengen, kan dit door welke omstandigheid dan ook herhaaldelijk mislukt zijn, nog afgezien van de mogelijkheid dat verborgen cocaïne niet door de Koninklijke Marechaussee is ontdekt.
Bewezenverklaring
[naam 1] zaak B7
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten (overeenkomstig de lijst van in beslag genomen voorwerpen van 18 november 2015):