ECLI:NL:GHAMS:2020:1112
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 3 januari 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2018.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Verdachte heeft geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis geuit. Ook is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, zittende met de genoemde rechters.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.