Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ NIEUWBUREN B.V.,
1.Het verdere verloop in hoger beroep
in beide zaken
2.Feiten
[C]).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Nieuwburen c.s., bestaande uit drie vennootschappen met een langdurige bankrelatie bij ING, werd geconfronteerd met beëindiging van deze relatie wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht van de uiteindelijk belanghebbende (UBO). ING had herhaaldelijk informatie en documenten opgevraagd, waaronder een gewaarmerkt legitimatiebewijs van de UBO, die Nieuwburen c.s. niet volledig verstrekte, mede vanwege Zwitserse privacywetgeving.
In eerste aanleg werden de gevraagde voorzieningen door de voorzieningenrechter afgewezen. In hoger beroep stelde het hof vast dat het spoedeisend belang van Nieuwburen c.s. was komen te vervallen, aangezien de bankrekeningen inmiddels waren gesloten en het krediet was afgelost. Het hof oordeelde dat ING op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht was de bankrelatie te beëindigen vanwege het ontbreken van voldoende identificatie van de UBO.
Het hof verwierp het beroep van Nieuwburen c.s. op de Zwitserse bank- en privacywetgeving als onvoldoende gemotiveerd en benadrukte dat door het onderhouden van een bankrelatie in Nederland Nederlandse wet- en regelgeving geldt. Ook was er geen sprake van een nadere overeenkomst die overleg over de afwikkeling van de bankrelatie verplicht stelde. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde Nieuwburen c.s. in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van Nieuwburen c.s. af wegens niet-naleving identificatieplicht UBO.