ECLI:NL:GHAMS:2020:1357
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verbod op kamerverhuur in splitsingsakte bevestigd bij verhuur aan woongroep
Urbanic verwierf in 2017 een appartement dat onderdeel is van een VvE met een splitsingsakte waarin kamerverhuur expliciet verboden is. Urbanic wilde het appartement verhuren aan een woongroep van vier of vijf personen via één huurovereenkomst, waarbij de bewoners gezamenlijk gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen.
De VvE weigerde toestemming op grond van het verbod in de splitsingsakte. Urbanic stelde dat het hier geen kamerverhuur betrof, maar verhuur aan een woongroep met onderlinge verbondenheid. Het hof oordeelde dat de wijze van verhuur feitelijk neerkomt op kamergewijze exploitatie, wat strijdig is met het verbod.
Het hof benadrukte dat het verbod is bedoeld om bedrijfsmatige kamergewijze verhuur te voorkomen, ongeacht of de huur via één of meerdere overeenkomsten plaatsvindt. De woongroep wordt niet als wezenlijk anders beschouwd dan kamerbewoners zonder onderlinge band, mede vanwege intensiever gebruik en mogelijke overlast.
De grieven van Urbanic werden verworpen en de beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd. Urbanic werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verbod op kamerverhuur en wijst het verzoek van Urbanic tot toestemming voor verhuur aan een woongroep af.