ECLI:NL:GHAMS:2020:137
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- H.T. van der Meer
- T.K. Lekkerkerker
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen notaris wegens negatieve bewaringspositie en schending schorsingsvoorschriften
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen een notaris die werd beschuldigd van het niet tijdig aanvullen en melden van een negatieve bewaringspositie, het verrichten van werkzaamheden tijdens schorsing, en het niet correct registreren van akten.
De feiten toonden aan dat de notaris vanaf 5 september 2017 in voorlopige hechtenis zat en tussen 8 september 2017 en 2 april 2018 geschorst was. Een negatieve bewaringspositie ontstond door een betaalfout op 23 augustus 2017, die pas op 5 september 2017 aan de notaris werd gemeld terwijl hij toen al was aangehouden. De negatieve positie was van korte duur en werd snel hersteld.
Het hof oordeelde dat het hebben en laten voortduren van een negatieve bewaringspositie tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dat de bijzondere omstandigheden een ontzetting uit het ambt niet rechtvaardigen. Tevens werd geoordeeld dat de notaris tijdens zijn schorsing onrechtmatig cliëntencontact had gehad, wat niet is toegestaan. De klacht over niet-geregistreerde akten werd niet bestreden in hoger beroep en bleef ongegrond.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing, verklaarde de klacht deels gegrond, handhaafde de berisping als maatregel en veroordeelde de notaris tot betaling van de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris is deels gegrond verklaard en de maatregel van berisping bevestigd.