Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
grief 1en
grief 2falen.
3.De beoordeling
grief 3moet worden verworpen.
Badkamer: gebreken aan kitwerk (ernstig)’ (blz. 14) en onder het kopje ‘
Badkamer: vocht achter tegelwerk wand’ (blz. 15), en concludeert dat uit die opmerkingen niet volgt dat nader onderzoek nodig was. In het eerste geval was dit niet nodig omdat de onderliggende ruimte (de kelder van [appellante] zelf) wel kon worden geïnspecteerd, in het tweede geval was dit niet nodig omdat het rapport alleen herstel zou voorschrijven, aldus [appellante] . Volgens het hof is wat het eerste punt betreft juist dat volgens het rapport alleen vervolgonderzoek nodig was indien de onderliggende ruimte niet of onvoldoende is of kon worden geïnspecteerd, maar dat dit in het onderhavige geval wel mogelijk was. Wat het tweede punt betreft volgt uit de strekking van het rapport echter zonder meer dat nader onderzoek aangewezen was. Dit volgt reeds uit de navolgende toevoeging bij dit punt:
Kelder: vocht in vloeren’ (blz. 23) en onder het kopje ‘
Kelder: vocht in wanden’ (blz. 23), waar in beide gevallen expliciet onder meer het volgende wordt gesteld:
grief 4faalt.
grief 5evenmin terecht is voorgesteld.
grief 6, die zelfstandige betekenis mist, hetzelfde lot.
grief 7en
grief 8moeten worden verworpen.
grief 9eveneens faalt.
grief 10evenmin terecht voorgesteld.