Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“het woonhuis met bedrijfsruimte”.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen [appellante], exploitant van een bruidsmodewinkel, en Rabobank als assurantietussenpersoon. Na een brand in 2013 werd het pand herbouwd, waarbij de btw over de herbouwkosten van het woongedeelte niet onder de verzekering viel. [appellante] stelde Rabobank aansprakelijk wegens het niet informeren over deze beperking.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat het om een zakelijke verzekering ging en dat de bewoning pas later zou plaatsvinden. Het hof oordeelde echter dat Rabobank bekend was met het privégebruik en de woonbestemming van het pand en dat zij haar zorgplicht had geschonden door niet te waarschuwen voor de niet-verzekerde btw.
Het hof verwierp Rabobanks verweer omtrent voordeelverrekening en het ontbreken van causaal verband. De schade werd vastgesteld op circa €48.869, bestaande uit de niet-verrekenbare btw over het privégedeelte van het herbouwde pand. Rabobank werd veroordeeld tot betaling van deze schade, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: Rabobank is veroordeeld tot betaling van €48.869,03 schadevergoeding wegens tekortschieten in haar zorgplicht als assurantietussenpersoon.