ECLI:NL:GHAMS:2020:1446

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
3 juni 2020
Zaaknummer
200.275.963/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over procedurele voortgang en mediation in civiele zaak

In deze civiele procedure hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een of meer tussen vonnissen in de onderhavige zaak. Het hof heeft besloten een mondelinge behandeling te gelasten met het doel om aanvullende inlichtingen te verkrijgen, de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken en het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken. Hierbij kunnen mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen.

Het hof heeft partijen verplicht om in persoon of vertegenwoordigd door een bevoegde persoon met kennis van de zaak en volmacht tot schikking te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. W.A.M. Melissen. Tevens is een termijn gesteld waarbinnen partijen hun verhinderdagen moeten opgeven, waarna de datum van de mondelinge behandeling wordt vastgesteld. Verder moeten appellanten binnen vier weken het volledige procesdossier indienen en dienen partijen twee weken voor de mondelinge behandeling alle overige stukken te overleggen.

De beslissing is een tussenarrest waarin het hof de verdere beslissing aanhoudt, zodat partijen de gelegenheid krijgen zich voor te bereiden en mogelijke schikkingsmogelijkheden te onderzoeken. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2020.

Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.275.963/01
zaaknummer rechtbank : C/15/290062/HAZA 19-412
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 juni 2020
inzake
[appellant sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellant sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. N.D. Bauman te 's-Gravenhage,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp.

1.Het geding in hoger beroep

Appellanten hebben bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. W.A.M. Melissen, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 16 juni 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellanten uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zullen indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.