beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.259.847/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 13 mei 2020
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DAVISION HOLDING B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BTTN HOLDING B.V.,
gevestigd te Breukelen,
VERZOEKSTERS,
advocaat:
mr. J. de Wit, kantoorhoudende te Amsterdam,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INPROPERTY DEVELOPMENT GROUP B.V.,
gevestigd te Breukelen,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. J. Blaak, kantoorhoudende te Hilversum,
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J. Blaak,kantoorhoudende te Hilversum.
1.
Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- verzoeksters ieder afzonderlijk met Davision en BTTN en gezamenlijk met Davision c.s.;
- verweerster met InProperty;
- belanghebbenden ieder afzonderlijk met [A] en [B] en gezamenlijk met [A] c.s.
1.2 Davision c.s. hebben bij op 23 mei 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van InProperty, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en [A] te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3 InProperty en [A] c.s. hebben bij op 1 augustus 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift verzocht Davision c.s. niet ontvankelijk te verklaren in het verzoek althans het verzoek af te wijzen, met veroordeling van Davision c.s. in de kosten van de procedure.
1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 augustus 2019. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en wat mr. Blaak betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter terechtzitting zijn partijen overeengekomen een mediator in te schakelen en is de zaak pro forma zes maanden aangehouden, welke termijn nog op verzoek van partijen is verlengd.
1.5 Bij brief van 28 februari 2020 hebben InProperty en [A] c.s. bericht dat het mediation traject is geëindigd en de Ondernemingskamer verzocht uitspraak te doen.
1.6 Bij brief van 13 maart 2020 hebben Davision c.s. de Ondernemingskamer verzocht het ingediende enquêteverzoek als ingetrokken te beschouwen.
1.7 InProperty en [A] c.s. hebben de Ondernemingskamer verzocht Davision c.s. in dat geval te veroordelen in de werkelijk gemaakte proceskosten en zij hebben dit verzoek toegelicht in een op 23 maart 2020 ter griffie van de Ondernemingskamer ontvangen schriftelijk stuk, met producties.
1.8 Davision c.s. hebben op 6 april 2019 een schriftelijk verweer ingediend tegen het onder 1.7 vermelde verzoek.