ECLI:NL:GHAMS:2020:1587
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over schorsing en voorlopige voorzieningen in co-ouderschapszaak met erkenning en omgangsregeling
In deze civiele procedure in hoger beroep gaat het om een geschil tussen de moeder, de vader en de man over de erkenning van een minderjarige, het gezag en de omgangsregeling. De vader is door de rechtbank vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind, terwijl de erkenning door de man werd doorgehaald. De moeder en de man verzochten om schorsing van de beschikking en voorlopige voorzieningen, waaronder het stopzetten van de omgangsregeling. De vader verzocht om uitbreiding van de omgangsregeling, vaststelling van een vakantieregeling en het verkrijgen van gezamenlijk gezag.
Het hof overweegt dat de verzoeken tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de kostenveroordeling en de omgangsregeling onvoldoende zijn onderbouwd en wijst deze af. Het lopende onderzoek van de raad voor de kinderbescherming naar de omgangsregeling wordt niet uitgebreid en de zaak wordt niet aangehouden. De verzoeken van de vader tot uitbreiding van de omgangsregeling en vaststelling van een vakantieregeling worden afgewezen vanwege de jonge leeftijd van het kind en de spanningen tussen partijen. Wel wordt een voorlopige informatieregeling ingesteld om de communicatie over de gezondheid en het welzijn van het kind te verbeteren.
De aanvullende verzoeken van de vader met betrekking tot erkenning en gezag worden niet toegewezen omdat deze een constitutief karakter hebben en niet geschikt zijn voor voorlopige voorzieningen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken tot schorsing en uitbreiding van de omgang af, stelt een voorlopige informatieregeling in en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.