ECLI:NL:GHAMS:2020:1816

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 juni 2020
Publicatiedatum
6 juli 2020
Zaaknummer
200.276.277/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over mondelinge behandeling en procedurele afspraken in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele hogerberoepszaak hebben appellanten het hof verzocht om hoger beroep tegen eerdere vonnissen. Het hof heeft besloten een mondelinge behandeling te gelasten om inlichtingen te verkrijgen, een minnelijke regeling te beproeven en het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken, waaronder mediation, bewijsvoering en deskundigenrapportage.

Partijen worden verplicht in persoon of via een bevoegd vertegenwoordiger met kennis van de zaak en schikkingsbevoegdheid te verschijnen, samen met hun advocaten, voor een raadsheer-commissaris. Tevens is een termijn gesteld waarbinnen verhinderdagen moeten worden opgegeven, waarna de mondelinge behandeling wordt vastgesteld.

Daarnaast moeten appellanten binnen vier weken het volledige procesdossier in tweevoud indienen en dienen partijen uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling alle overige stukken aan het hof en de wederpartij te overleggen. Het hof houdt verdere beslissing aan tot na deze procedurele stappen.

Uitkomst: Mondelinge behandeling gelast met procedurele termijnen en aanhouding van verdere beslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.276.277/01
zaaknummer rechtbank : C/13/658004/HAZA 18-1221
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 juni 2020
inzake
[appellant sub 1],
wonende te [woonplaats] ,
GRAND RELOCATION B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellanten,
advocaat: mr. E. Bakhuis te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
[X] HOLDING B.V,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. E. Walinga te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellanten hebben bij exploot geïntimeerden aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerden voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerden is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. D.J. Oranje, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 7 juli 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 5 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellanten uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zullen indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.