Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
primairbeide bedingen te vernietigen op de voet van artikel 7:653 lid 3 aanhef Pro en sub a en b BW;
subsidiairbeide bedingen deels te vernietigen op de voet van artikel 653 lid 3 aanhef Pro en sub b BW zoals het hof in goede justitie mocht vermenen te doen,
Partijen stellen vast dat dit concurrentie-, relatie en personeelsbeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen van werkgever.
Het is de werknemer verboden om gedurende een periode van 1 (een) jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst binnen Europa in enigerlei vorm een Concurrerende Onderneming te vestigen, te drijven, te doen drijven, mede te drijven, hetzij direct, hetzij indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin een aandeel van welke aard dan ook te hebben.”
het is de werknemer verboden om gedurende een periode van 1 (een) jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst contact te hebben met, zijn/haar diensten aan te bieden aan of werkzaam te zijn voor of bij Relaties, en/of indirect betrokken te zijn bij een onderneming, die aan Relaties diensten verleent. Het is werknemer voorts verboden om in welk opzicht dan ook te bevorderen, direct of indirect, dat Relaties naar een Concurrerende Onderneming overgaan.”