ECLI:NL:GHAMS:2020:1892
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Levenstestament staat niet in de weg aan verzoek tot bewind door rechthebbende
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het bestaan van een onherroepelijke notariële volmacht (levenstestament) een verzoek tot onderbewindstelling door de rechthebbende zelf in de weg staat. De kantonrechter had het verzoek van de rechthebbende toegewezen en een professionele bewindvoerder benoemd. Appellante, een van de kinderen, betwistte dit en verzocht de beschikking te vernietigen.
Appellante stelde dat de volmacht voldoende bescherming bood en dat het verzoek tot onderbewindstelling onterecht was, mede omdat de bewindvoerder geen familielid was en er spanningen waren met een ander kind. Verweerders voerden aan dat de rechthebbende wilsbekwaam was bij het indienen van het verzoek en dat zij een onafhankelijke bewindvoerder wilde om financiële gelijkheid tussen haar kinderen te waarborgen.
Het hof oordeelde dat de volmacht niet verhinderde dat de rechthebbende een andere beschermingsmaatregel koos en dat zij voldoende wilsbekwaam was. De benoeming van een professionele bewindvoerder werd gerechtvaardigd, mede omdat de rechthebbende dit wenste en er geen gegronde redenen waren om hiervan af te wijken. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep af; de onderbewindstelling en benoeming van de professionele bewindvoerder blijven gehandhaafd.