Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
[A]heeft, voor zover van belang, het volgende verklaard:
Gerechtshof Amsterdam
Eigen Haard verhuurt sinds 2008 een sociale huurwoning aan [geïntimeerde]. De verhuurder stelt dat de huurder niet meer zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft, maar bij zijn vriendin in een andere plaats woont, en dat de woning door de broer van de huurder wordt bewoond. De huurder en zijn bewindvoerder betwisten dit.
De kantonrechter wees de vorderingen van Eigen Haard jegens de bewindvoerder af wegens onvoldoende bewijs en niet-ontvankelijkheid van de vorderingen jegens de huurder zelf. In hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw beoordeeld, waaronder verklaringen van getuigen, een uitgebreid rechercheonderzoek met heimelijke observaties en camerabeelden.
Het hof concludeert dat de huurder zijn hoofdverblijf langdurig niet in het gehuurde heeft gehad en dat de woning feitelijk door zijn broer werd bewoond. Dit is een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die ontbinding rechtvaardigt, mede gelet op de woningnood en de verplichting tot hoofdverblijf in sociale huurwoningen.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover de vorderingen jegens de bewindvoerder zijn afgewezen, ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt tot ontruiming binnen drie maanden, betaling van huur tot ontruiming, en vergoeding van de hoge kosten van het rechercheonderzoek. De bewindvoerder wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof ontbindt de huurovereenkomst wegens niet-hoofdverblijf, veroordeelt tot ontruiming en betaling van huur en onderzoekskosten.