ECLI:NL:GHAMS:2020:2091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake woonplaats en vexatoir loonbeslag door verhuurder
De zoon van de huurder vordert in hoger beroep dat wordt vastgesteld dat hij ten tijde van een eerdere kortgedingprocedure geen woonplaats had in het gehuurde en dat het door verhuurder gelegde loonbeslag vexatoir was. De kantonrechter wees deze vorderingen af omdat appellant verstek liet gaan in de kortgedingprocedure en geen belang had bij de vorderingen.
Appellant stelt dat hij al sinds zijn tiende niet meer feitelijk in het gehuurde woonde, ondanks inschrijving in de basisregistratie, en dat hij daarom niet als partij kon worden beschouwd in het kortgeding. Hij betoogt dat het loonbeslag onrechtmatig was en restitutie van de geïnde gelden moet plaatsvinden.
Het hof oordeelt dat het belang van appellant bij de verklaring voor recht niet kan worden uitgesloten omdat een latere bodemprocedure een eerdere kortgedinguitspraak kan corrigeren. Het hof geeft Rochdale de gelegenheid om zich nader uit te laten over de stellingen van appellant en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere uitlatingen over de woonplaats en gevolgen van het loonbeslag.