ECLI:NL:GHAMS:2020:2101

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
29 juli 2020
Zaaknummer
200.280.127/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over procedurele voortgang en mondelinge behandeling in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele zaak in hoger beroep tussen appellant Avalanche Projecten en geïntimeerde Lemon Bouw en Facility Services heeft het gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen. Het hof heeft besloten een mondelinge behandeling te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation en bewijsvoering.

Partijen worden verplicht in persoon of via een bevoegd vertegenwoordiger te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. F.J. Verbeek, die een zitting zal houden in het Paleis van Justitie te Amsterdam. Tevens zijn termijnen gesteld voor het opgeven van verhinderdagen, het indienen van het volledige procesdossier en het overleggen van overige stukken.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en stelt dat behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling zal worden verleend. Dit tussenarrest is uitgesproken op 21 juli 2020 en betreft de procedurele voortgang van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en stelt procedurele termijnen vast, houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.280.127/01
zaaknummer rechtbank : 8112452/ CV EXPL 19-5505
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 juli 2020
inzake
[appellant] H.O.D.N. AVALANCHE PROJECTEN,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. M.D. de Wit te Uithoorn,
tegen
LEMON BOUW EN FACILITY SERVICES B.V.,
gevestigd te Edam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J. Kunst te HOORN NH.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. F.J. Verbeek , die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 4 augustus 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 5 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.