ECLI:NL:GHAMS:2020:2138
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van kinderalimentatie-uitspraak in hoger beroep
Partijen zijn gescheiden ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun minderjarige dochter. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van een verhoogde kinderalimentatie aan de vrouw. De man kwam in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking.
Het hof overwoog dat het uitgangspunt is dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, ook tijdens hoger beroep uitvoerbaar blijft. Afwijking hiervan kan alleen bij zwaarwegende belangen van de veroordeelde. De man stelde dat zijn inkomen door ontslag en ziekte-uitkering was gedaald en dat hij daardoor niet aan de alimentatieverplichting kon voldoen, wat tot een financiële noodtoestand zou leiden.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de man inkomsten uit onroerend goed in Turkije heeft en dat het inkomensverlies verwijtbaar is. Het hof concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in financiële nood verkeert en dat de beoordeling van de draagkracht en alimentatie in de hoofdzaak thuishoort.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af en bevestigde dat de beschikking uitvoerbaar blijft tijdens het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de kinderalimentatiebeschikking af.