ECLI:NL:GHAMS:2020:2158
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.C. Schenkeveld
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Bewind wordt niet opgeheven wegens onvoldoende financiële zelfredzaamheid rechthebbenden
Rechthebbenden zijn sinds 3 november 2009 onder bewind gesteld vanwege hun lichamelijke of geestelijke toestand en problematische schulden. Zij verzochten de opheffing van het bewind, stellende dat zij inmiddels in staat zijn hun financiën zelf te beheren, mede door het gebruik van internetbankieren en het beschikken over cognitieve vaardigheden.
De bewindvoerder betoogde dat het niet verstandig is het bewind op te heffen vanwege de kwetsbaarheid van rechthebbenden, hun afhankelijkheid van extra geld en het risico op beïnvloeding, mede omdat zij jarenlang zijn opgelicht. Het hof ontving uitgebreide correspondentie die deze kwetsbaarheid bevestigt.
Het hof oordeelt dat ondanks het ontbreken van schulden, de gronden voor het bewind nog steeds aanwezig zijn. Rechthebbenden worden nog niet geacht hun vermogensrechtelijke belangen volledig zelf te behartigen. Daarom wordt het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.