In deze zaak is verdachte in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter waarin hij werd veroordeeld voor winkeldiefstal. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd wegens proces-economische redenen, maar verklaart het ten laste gelegde wel bewezen. De verdachte heeft op 22 maart 2019 te Amsterdam vijf verpakkingen parfum weggenomen met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht de diefstal wettig en overtuigend bewezen en verklaart het overige ten laste gelegde niet bewezen. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde of van de verdachte uitsluiten. De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor vermogensdelicten, waaronder winkeldiefstal, wat in zijn nadeel meeweegt.
Gezien de ernst van het feit, de recidive en het ontbreken van een legale bron van inkomsten, legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden, gelijk aan de duur van het voorarrest. De straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.