ECLI:NL:GHAMS:2020:2505
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte wegens openlijke geweldpleging en mishandeling op 28 oktober 2017 te Duivendrecht.
De tenlastelegging betrof het slaan en trappen van de benadeelde met een kruk of hard voorwerp, wat lichamelijk letsel zou hebben veroorzaakt. Tijdens het onderzoek en de zitting in hoger beroep bleek dat de verklaringen van de benadeelde, getuigen en verdachte uiteenliepen over de toedracht en de rol van verdachte.
Het hof oordeelde dat het dossier en de uiteenlopende verklaringen onvoldoende basis boden om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Daarom sprak het hof verdachte vrij van zowel openlijke geweldpleging als mishandeling.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €750,- gevorderd, waarvan €500,- in eerste aanleg was toegewezen. Nu verdachte niet schuldig werd bevonden, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze vrijspraak en niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.