ECLI:NL:GHAMS:2020:2606
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegging huur bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik hotel
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de verhuurder, appellant, de huurovereenkomst van een hotel kon beëindigen op grond van dringend eigen gebruik. De verhuurder stelde dat hij het hotel zelf wilde exploiteren om een beter rendement te behalen dan via verhuur.
Het hof verwees naar een parallelle huurprijsprocedure waarin de huurprijs was vastgesteld op €180.000 per jaar, aanzienlijk hoger dan de eerdere €84.200. Dit hogere bedrag maakte dat het beroep op dringend eigen gebruik minder snel zou slagen. Hoewel de verhuurder een rendementsverbetering van circa €200.000 per jaar kon behalen door zelfexploitatie, oordeelde het hof dat dit onvoldoende dringend was.
Belangrijk was dat de verhuurder het hotel tussen 2002 en 2006 zelf exploiteerde, maar toen koos voor verkoop en verhuur, waarmee hij bewust afzag van extra winst. Het hof vond dat deze eerdere keuze afdoet aan de dringendheid van het huidige gebruiksvoornemen. Ook het belang van de huurder, Centre Hotel, bij voortzetting van haar exploitatie woog zwaar.
Uiteindelijk verwierp het hof het beroep op dringend eigen gebruik en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De kosten van het principaal appel werden aan de verhuurder opgelegd, die van het incidenteel appel aan de huurder.
Uitkomst: Het beroep op dringend eigen gebruik wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.