ECLI:NL:GHAMS:2020:2688
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming erkenning minderjarige vanwege belangenbescherming
Partijen zijn ouders van een minderjarige geboren in 2016. De vrouw oefent het gezag uit en het kind verblijft sinds medio 2019 bij familie in Ghana. De man, met Ghanese nationaliteit, verzocht om vervangende toestemming tot erkenning van het kind. De rechtbank had deze toestemming verleend, maar de vrouw ging hiertegen in hoger beroep.
De vrouw stelde dat de man de erkenning alleen nastreeft voor een legale verblijfsstatus en dat hij haar en haar familie stalkt, bedreigt en intimideert. Zij vreest dat erkenning de sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind schaadt. De man ontkende deze beschuldigingen en benadrukte zijn betrokkenheid bij het kind.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden het hof om het verzoek af te wijzen vanwege de spanningen tussen partijen en het risico op schade voor het kind. Het hof oordeelde dat de belangen van de vrouw en het kind zwaarder wegen dan die van de man, mede gelet op de strafrechtelijke veroordeling van de man en het contactverbod. Het verzoek tot vervangende toestemming werd daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.