ECLI:NL:GHAMS:2020:290
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige voogdij wegens gezagsvacuüm rond minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter waarin voorlopige voogdij werd toegekend aan een gecertificeerde instelling (GI) over een minderjarige geboren in 2014 in Marokko. De moeder van de minderjarige voerde aan dat zij het gezag alleen uitoefent en dat er geen gezagsvacuüm bestond ten tijde van de zitting in eerste aanleg.
De voorlopige voogdij was ingesteld omdat op 1 april 2019 niet duidelijk was wie de gezaghebbende ouder was. De begeleidster van de minderjarige werd op Schiphol aangehouden wegens het aanbieden van valse documenten en verklaarde niet de moeder te zijn. De moeder meldde zich pas op de dag van de zitting bij de GI, maar haar identiteit kon toen nog niet worden geverifieerd.
Het hof oordeelt dat de spoedeisende voorlopige voogdij noodzakelijk was om in het gezagsvacuüm te voorzien en de belangen van de minderjarige te behartigen. Na verificatie van de identiteit van de moeder was tijd nodig om te beoordelen of de minderjarige met de juiste papieren aan haar kon worden overgedragen en naar Frankrijk kon vertrekken.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het hoger beroep van de moeder af. De minderjarige is in 2019 overgedragen aan Frankrijk en verblijft daar onder toezicht van de GI.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige voogdijbeschikking vanwege het gezagsvacuüm en wijst het hoger beroep van de moeder af.