Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.De ouders hebben nooit samengewoond. De vader heeft [minderjarige A] erkend. De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige A] . [minderjarige A] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder in [plaats] .
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
mr. W.K. van Duren, in tegenwoordigheid van mr. C. de Bruin als griffier en is op
28 januari 2020 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.