Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
op dat momentin strijd was met rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht. Het hof is van oordeel dat dit het geval is.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte verdacht van het onrechtmatig verblijf in Nederland terwijl hij ongewenst was verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De advocaat-generaal had de veroordeling gehandhaafd, maar het hof oordeelde dat de ongewenstverklaring niet in overeenstemming was met het Unierecht, omdat de verdachte geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Het hof baseerde zich op artikel 27, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EU en vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Hoewel de verdachte in het verleden veroordeeld was voor winkeldiefstal, waren deze feiten van vóór de tenlastelegging en konden zij niet automatisch leiden tot een actuele bedreiging.
De verdachte werd op 31 maart 2017 slapend op straat aangetroffen, maar er was geen bewijs dat hij toen nog een bedreiging vormde. Daarom werd het tenlastegelegde niet bewezen geacht en werd de verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor de samenleving.