ECLI:NL:GHAMS:2020:2965
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking tot DNA-onderzoek ter vaststelling verwekkerschap in familierechtelijke procedure
In deze civiele familierechtelijke procedure is het geschil gericht op de vaststelling van het vaderschap van een minderjarige. De moeder heeft een DNA-onderzoek gelast gekregen om te bepalen of de man de biologische vader is. De man betwist het vaderschap en weigert het DNA-onderzoek, stellende dat dit een onredelijke inbreuk op zijn privacy en lichamelijke integriteit vormt.
De rechtbank had eerder een beschikking gegeven tot DNA-onderzoek, die de man in hoger beroep aanvecht en tevens verzoekt om schorsing van de werking daarvan. De moeder en de bijzondere curator verzetten zich tegen het hoger beroep en verzoek tot schorsing.
Het hof overweegt dat de moeder voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die aannemelijk maken dat de man de biologische vader kan zijn. De man heeft onvoldoende onderbouwd weersproken, mede gelet op een e-mail waarin hij zichzelf als vader erkent. Het belang van de minderjarige om haar biologische vader te kennen weegt zwaarder dan het belang van de man. Daarom wordt de beschikking tot DNA-onderzoek bekrachtigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.
De proceskostenveroordeling wordt afgewezen, waarbij het uitgangspunt geldt dat partijen hun eigen kosten dragen in familiezaken.
Uitkomst: De beschikking tot DNA-onderzoek ter vaststelling van het vaderschap wordt bekrachtigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.