ECLI:NL:GHAMS:2020:3095
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wettelijke rente over boetebedrag in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen Sebastiaan (appellant) en Gourmet B.V. (geïntimeerde) heeft het Gerechtshof Amsterdam op 10 november 2020 uitspraak gedaan. Het geschil betreft de toekenning van wettelijke rente over een boetebedrag van €65.000 dat eerder door de rechtbank was vastgesteld.
Het hof heeft het tussenarrest van 1 september 2020 bevestigd waarin de grieven van appellant werden verworpen en de vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd. Omdat de wettelijke rente over het boetebedrag voor het eerst in hoger beroep werd gevorderd, is appellant in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Na ontvangst van de reactie heeft het hof overwogen dat wettelijke rente verschuldigd is over het boetebedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, 2 maart 2017, tot aan de voldoening.
Het hof verwierp het verzoek van appellant om de wettelijke rente te matigen op grond van wettelijke bepalingen en verwees naar eerdere overwegingen uit het tussenarrest. Vervolgens veroordeelde het hof appellant tot betaling van de wettelijke rente en in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over €65.000 vanaf 2 maart 2017 en in de kosten van het hoger beroep.