ECLI:NL:GHAMS:2020:3109
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Appellante niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken toestemming bewindvoerster
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter inzake een huurschuld. Tijdens de procedure bleek dat haar goederen onder bewind waren gesteld wegens problematische schulden, waarbij een bewindvoerster was benoemd. Deze bewindvoerster heeft geen toestemming gegeven voor het instellen van het hoger beroep.
Hoewel appellante en haar toenmalige advocaat stelden dat achteraf wel toestemming was verleend, kon dit niet worden bewezen aan de hand van de correspondentie. Het hof heeft de bewindvoerster opgeroepen om te verschijnen, maar de advocaat trok zich terug nadat de bewindvoerster bevestigde geen toestemming te hebben gegeven.
Het hof oordeelde dat appellante na onderbewindstelling niet zelfstandig bevoegd was om hoger beroep in te stellen en verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk. Tevens werd appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waaronder verschotten en salaris advocaat.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerster.