ECLI:NL:GHAMS:2020:3192

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2020
Publicatiedatum
25 november 2020
Zaaknummer
23-000755-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak witswassen wegens onvoldoende bewijs herkomst geld waterscooter

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het ten laste gelegde witswassen met betrekking tot de aankoop van een waterscooter. De rechtbank Noord-Holland sprak verdachte vrij op 21 februari 2019, omdat niet kon worden vastgesteld dat de waterscooter met geld afkomstig uit een misdrijf was betaald.

Het openbaar ministerie stelde in hoger beroep eveneens dat vrijspraak passend was, gezien het ontbreken van bewijs omtrent de criminele herkomst van het geld. De raadsman van verdachte pleitte eveneens voor vrijspraak.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 10 november 2020 heeft het hof het dossier en de standpunten van partijen beoordeeld. Het hof kwam tot dezelfde conclusie als de rechtbank en zag geen reden om het vonnis te wijzigen.

Daarom bevestigde het hof op 24 november 2020 het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte definitief vrij van de tenlastelegging van witswassen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witswassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst van het betaalde geld.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000755-19
datum uitspraak: 24 november 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-093751-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft de verdachte van het tenlastegelegde vrijgesproken.
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat de door de verdachte en zijn familie gekochte waterscooter is betaald met geld dat uit misdrijf afkomstig was.
Door de raadsman is eveneens vrijspraak bepleit.
Het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet tot andere overwegingen en beslissingen gebracht dan de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. D. Radder en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
24 november 2020.
mr. H.M.J. Quaedvlieg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.