ECLI:NL:GHAMS:2020:3336

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
200.285.347/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over procedurele voortgang in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele zaak tussen ONERE B.V. als appellant en geïntimeerde is het hoger beroep in procedure genomen. Het gerechtshof Amsterdam heeft een tussenarrest gewezen waarin het een mondelinge behandeling gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen, mediation en bewijsvoering te bespreken en een minnelijke regeling te beproeven.

Partijen worden verplicht in persoon of door een bevoegd vertegenwoordiger te verschijnen samen met hun advocaten voor een raadsheercommissaris. Tevens is bepaald dat partijen hun verhinderdagen binnen twee weken moeten opgeven, waarna de datum van de mondelinge behandeling wordt vastgesteld. Verder moet appellant binnen vier weken het volledige procesdossier indienen en dienen partijen twee weken voor de mondelinge behandeling de stukken waarop zij zich willen beroepen te overleggen.

De verdere beslissing in de zaak is aangehouden, waarmee het hof ruimte creëert voor overleg en mogelijke schikking. Dit tussenarrest is op 8 december 2020 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Mondelinge behandeling gelast en verdere beslissing aangehouden voor overleg en procedurele afhandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.285.347/01
zaaknummer rechtbank : 8588433 KK EXPL 20-345
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 december 2020
inzake
ONERE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellant,
advocaat: mr. C. Çakir te Arnhem,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. Pinarbasi-Ilbay te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. T.S. Pieters, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 22 december 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.