Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Ter terechtzitting gevoerd verweer
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van ongeveer 12 gram amfetamine op Schiphol en het overtreden van een gebiedsontzegging. De politierechter legde een geldboete van €1000 op. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, met name tegen de strafoplegging.
In hoger beroep oordeelde het hof dat de beslissing van het Openbaar Ministerie om te vervolgen op grond van artikel 184 Sr Pro en niet op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) niet onverenigbaar was met de beginselen van een goede procesorde. De vervolging was niet willekeurig of disproportioneel.
Het hof nam de ernst van het bezit van harddrugs en het overtreden van het gebiedsverbod mee in de strafbepaling. Gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn beperkte draagkracht en detentie in het kader van een ISD-maatregel met uitzetting in het vooruitzicht, achtte het hof een gevangenisstraf passend, maar legde deze geheel voorwaardelijk op met een proeftijd van drie jaar.
Het hof vernietigde de strafoplegging van de politierechter en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. Voor het overige werd het vonnis bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van drie jaar.