ECLI:NL:GHAMS:2020:3588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontruimingsverplichting wisselwoning bij vochtproblemen huurwoning
In deze zaak draait het om de vraag of de huurder terecht weigerde de wisselwoning en container te ontruimen, omdat hij meende dat de vochtproblemen in de gehuurde woning niet waren verholpen.
De huurder had tijdens renovatiewerkzaamheden een wisselwoning en container gekregen. Na afronding van herstelwerkzaamheden stelde verhuurder dat de woning weer bewoonbaar was en eiste ontruiming. De huurder voerde aan dat de gebreken nog bestonden en hield de wisselwoning en container in gebruik.
De kantonrechter wees de vordering van verhuurder toe en oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs had geleverd van het voortbestaan van de gebreken. Het hof bevestigt dit oordeel. Het bouwkundig rapport van de verhuurder werd niet weersproken met voldoende bewijs in kort geding. De huurder kan zijn stellingen in de bodemprocedure verder onderbouwen.
Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de huurder in de kosten van het hoger beroep. De ontruimingsverplichting is niet opgeschort omdat het bestaan van ernstige vochtproblemen niet aannemelijk is gemaakt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de huurder tot ontruiming van de wisselwoning en container.