De verdachte werd beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven en zware mishandeling jegens de aangever op 10 oktober 2018 in Amsterdam. Na een incident waarbij de verdachte met zijn scooter tegen een paal reed, bedreigde hij de aangever met woorden als 'als mijn brommer beschadigd is, sla ik je dood'.
In hoger beroep betoogde de verdediging dat het bewijs onvoldoende was en dat de bedreigingen niet redelijkerwijs vrees konden opwekken bij de aangever. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van de aangever en zijn dochter, die elkaar versterkten, samen met het feitelijke verloop van het incident, voldoende bewijs vormden. De bedreigingen werden als ernstig en bedreigend beoordeeld, mede gezien de agressieve houding van de verdachte en zijn vriend.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en verklaarde de bedreigingen wettig en overtuigend bewezen. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €250, subsidiair 5 dagen hechtenis, waarbij rekening werd gehouden met zijn eerdere veroordeling en de ernst van het feit. De straf werd passend geacht gezien de omstandigheden en de impact op het slachtoffer.