ECLI:NL:GHAMS:2020:4007

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2020
Publicatiedatum
19 oktober 2021
Zaaknummer
23-004157-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs taxivervoer zonder vergunning

De verdachte werd beschuldigd van het verrichten van taxivervoer zonder daartoe over een vergunning te beschikken. Het hof heeft het hoger beroep behandeld naar aanleiding van het vonnis van de economische politierechter.

Tijdens de zitting is vastgesteld dat de verbalisant slechts heeft waargenomen dat de verdachte met een auto twee vrouwen vervoerde, maar niet dat dit tegen betaling of als taxivervoer geschiedde. Ook het contact met het platform überpop kon slechts speculatie voeden, maar leverde geen bewijs op. Daarnaast vond er geen vervoer plaats van de jongeman die de auto via überpop had besteld, aangezien hij niet instapte.

Het hof concludeert dat niet is komen vast te staan dat de verdachte taxivervoer zonder vergunning heeft verricht. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij taxivervoer zonder vergunning heeft verricht.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-004157-18
Datum uitspraak: 28 januari 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-207715-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een auto, merk Kia, gekentekend [kenteken], taxivervoer heeft verricht zonder een daartoe verleende vergunning;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten een geldboete ter hoogte van € 750,00.

Vrijspraak

De tenlastelegging stelt dat de verdachte in een auto taxivervoer heeft verricht, in concreto het vervoeren van twee vrouwen, zonder dat hij beschikte over een daartoe verleende taxivergunning. Niet is echter gebleken dat de verdachte daadwerkelijk taxivervoer heeft verricht. Niet meer staat vast dan dat de verbalisant een auto tot stilstand heeft zien komen en vervolgens twee dames heeft zien uitstappen. Even later heeft de verbalisant diezelfde auto wederom zien rijden. Hij heeft de auto gevolgd en zag de auto stoppen bij een jongeman. Enkele seconden later is de auto doorgereden, zonder dat de jongeman is ingestapt. Toen de verbalisant de jongen aansprak verklaarde deze dat hij de auto via überpop had besteld. Hierna heeft de verbalisant de auto – met de verdachte als bestuurder – aangehouden en zag hij op de mobiele telefoon van de verdachte een melding binnenkomen van überpop dat een rit was geannuleerd.
Ten aanzien van de twee vrouwen staat niet vast dat de verdachte hen tegen betaling heeft vervoerd en dat dus van taxivervoer sprake is geweest. Dat later contact bestond met überpop voedt wellicht een speculatie, maar is geen bewijs. Wat betreft de jongen heeft überhaupt geen vervoer plaatsgevonden. In beide gevallen kan dus niet worden vastgesteld dat de verdachte taxivervoer heeft verricht zonder daartoe over een verleende vergunning te beschikken, zodat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. J.D.L. Nuis, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 januari 2020.