ECLI:NL:GHAMS:2020:4030

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 september 2020
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
23-003188-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in strafzaak eenvoudige belediging met voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor meerdere tenlasteleggingen, waaronder eenvoudige belediging gepleegd op 12 april 2017 te Amsterdam. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor een deel van de tenlasteleggingen en vernietigde het vonnis van de politierechter voor zover het oordeel van het hof daaraan onderworpen was.

De verdachte werd vrijgesproken van het in zaak B tenlastegelegde. Voor het bewezen verklaarde feit van eenvoudige belediging werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van €300. De gevangenisstraf werd voorwaardelijk opgelegd voor de duur van drie jaar, met een proeftijd waarin de tenuitvoerlegging kan worden gelast bij een nieuw strafbaar feit.

De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, met de mogelijkheid voor de benadeelde om de vordering bij de burgerlijke rechter aan te brengen. Tevens werd de verdachte veroordeeld tot zes dagen hechtenis bij niet-betaling van de geldboete. De tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand werd gelast.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van een tenlastelegging, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar en een geldboete van €300.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-248935-18 (zaak A), 13-183605-19 (zaak B) en 13-684317-17 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-003188-19
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 september 2020 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde levert op:
eenvoudige belediging.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 266 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.
Gepleegd in zaak A - feit 2:
op 12 april 2017 te Amsterdam;

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak B tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2018, parketnummer 13-684317-17, te weten een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Gewezen door mr. A.D.R.M. Boumans, in bijzijn van mr. S. Pesch, griffier.
mr. A.D.R.M. Boumans