ECLI:NL:GHAMS:2020:4035
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Tijdens de terechtzitting op 16 juli 2020 heeft het hof vastgesteld dat de verdachte of zijn gemachtigde geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook geen mondelinge bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. Daarnaast is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het ontbreken van grieven. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de raadsheren Schimmel, Plaisier en Steenbrink.
De uitspraak bevestigt het vonnis van de politierechter en sluit het hoger beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. De jongste en oudste raadsheer waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.