ECLI:NL:GHAMS:2020:4115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wezenlijke bijdrage aan openlijke geweldpleging tegen personenauto
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging tegen een personenauto op 25 december 2017. De tenlastelegging omvatte vernieling van ramen, lek steken van banden, afbreken of verbuigen van strips en het afbreken van een spiegel van de auto.
Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Het hof overwoog dat voor openlijke geweldpleging opzet vereist is op het in vereniging plegen van geweld, waarbij de verdachte een wezenlijke of significante bijdrage moet hebben geleverd. Het enkele feit dat verdachte aanwezig was, is onvoldoende om dit te bewijzen.
Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend is vastgesteld dat verdachte een dergelijke bijdrage heeft geleverd. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2020.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij een wezenlijke bijdrage leverde aan openlijke geweldpleging.