ECLI:NL:GHAMS:2020:53
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over onbetaalde facturen en ingebrekestelling bij onderaanneming bouwprojecten
In deze civiele zaak tussen twee bouwondernemingen heeft appellant in hoger beroep betaling gevorderd wegens vermeende slechte uitvoering van onderaannemingswerk door geïntimeerde. De kantonrechter wees deze vordering af omdat niet was vastgesteld dat geïntimeerde in verzuim was, mede omdat geen ingebrekestelling had plaatsgevonden en geen fatale termijnen waren overeengekomen.
Geïntimeerde vorderde in reconventie betaling van openstaande bedragen voor werkzaamheden en materialen, welke vordering werd toegewezen. Appellant stelde dat door afspraken met zijn opdrachtgevers fatale termijnen golden en verwees naar tekstberichten, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Het hof oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat tussen partijen fatale termijnen golden of dat nakoming onmogelijk was geworden, zodat verzuim zonder ingebrekestelling niet intreedt. Ook faalden de overige grieven, waaronder die over onjuiste levering van schroeven, vanwege onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van appellant af, terwijl de betaling aan geïntimeerde wordt bevestigd.