ECLI:NL:GHAMS:2020:614
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en draagkrachtverdeling na beëindiging relatie
Partijen hadden een relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie is in een convenant een kinderbijdrage vastgesteld. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie, terwijl de man een verlaging wilde. Het hof beoordeelde de draagkracht van partijen en de behoefte van de kinderen op basis van het netto besteedbaar inkomen en de NIBUD-tabel.
De man is tevens onderhoudsplichtig voor een minderjarige uit een ander huwelijk, waardoor zijn draagkracht over drie kinderen verdeeld moest worden. Het hof stelde vast dat er een tekort was in de draagkracht ten behoeve van de twee kinderen uit de eerdere relatie, en een overschot voor de minderjarige uit het huwelijk. De zorgkorting werd niet toegepast vanwege het tekort in draagkracht.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de man vanaf 1 november 2017 een kinderbijdrage van €177 per kind per maand moet betalen. Tevens werd een eerder verzoek over het spaargeld ingetrokken na overeenstemming tussen partijen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 november 2017 een kinderbijdrage van €177 per kind per maand betalen.