ECLI:NL:GHAMS:2020:708
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en kosten rechtsbijstand na voorlopige hechtenis toegekend
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade, materiële schade (inkomensderving) en kosten rechtsbijstand in verband met zijn voorlopige hechtenis en strafzaak. Het hof heeft het verzoekschrift behandeld en daarbij ook de adviezen van het Openbaar Ministerie betrokken.
De voorlopige hechtenis heeft gelopen van 17 mei 2017 tot 14 juni 2017, waarbij verzoeker tien dagen in beperkingen heeft doorgebracht. Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om een forfaitaire vergoeding van € 2.995,00 toe te kennen voor immateriële schade.
Verzoek om vergoeding van inkomensschade over de periode na detentie wordt afgewezen omdat deze schade volgens het hof te ver verwijderd staat van de vrijheidsbeneming en eerder verband houdt met de verdenking en vervolging zelf. Voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure kent het hof respectievelijk € 8.835,21 en € 550,00 toe.
De totale vergoeding bedraagt € 12.380,21, welke onverwijld aan verzoeker wordt overgemaakt. Het hof wijst het anders of meer verzochte af.
Uitkomst: Vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand toegekend, inkomensschade na detentie afgewezen.