Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
;
.
Gerechtshof Amsterdam
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling (OTS) van haar drie kinderen verlengde tot 28 juli 2019. De GI verzocht om verlenging van de OTS voor een jaar, terwijl de moeder dit betwistte en het verzoek wilde afwijzen. De Raad voor de Kinderbescherming trad op als adviseur.
De feiten betreffen een gezin met een belaste voorgeschiedenis, waaronder huiselijk geweld en psychische problematiek bij de moeder. De kinderen vertoonden diverse zorgen, zoals fors schoolverzuim bij de oudste en ontwikkelingsachterstanden bij de jongere kinderen. De moeder toonde een ambivalente houding ten opzichte van hulpverlening.
Het hof oordeelde dat ten tijde van de bestreden beschikking van 28 juli 2019 sprake was van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die verlenging van de OTS rechtvaardigde. Echter, sindsdien zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar, waaronder medewerking aan hulpverlening en verbetering bij de kinderen. Daarom vernietigt het hof de verlenging van de OTS voor de periode vanaf heden tot 28 juli 2020 en wijst het verzoek tot verlenging voor die periode af.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de griffier wordt verzocht een afschrift aan de rechtbank te zenden. De moeder blijft verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding, met ondersteuning waar nodig.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd tot 28 juli 2019 en vernietigd voor de periode daarna; het verzoek tot verlenging wordt afgewezen voor de periode van heden tot 28 juli 2020.