ECLI:NL:GHAMS:2020:851
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en schorsingsverzoek na onjuiste bijstand advocaat
Partijen hebben tot 2018 een relatie gehad en zijn ouders van een minderjarige geboren in 2018. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van €228 per maand kinderalimentatie vanaf 1 september 2018. De man kwam in hoger beroep en verzocht om vernietiging van die beschikking en verlaging van de bijdrage tot €43 per maand, tevens verzocht hij om schorsing van de uitvoerbaarheid.
Het hof overwoog dat de man pas vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift (7 februari 2019) op de hoogte was van de bijdrage, mede vanwege onbehoorlijke bijstand van zijn voormalig advocaat. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €234 per maand, de draagkracht van de vrouw op €63 en van de man op €416. Na verrekening van een zorgkorting van 5% werd de bijdrage van de man vastgesteld op €191 per maand.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid werd afgewezen omdat met deze beschikking einduitspraak werd gegeven. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de alimentatieverplichting van de man vast met ingang van 7 februari 2019, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 7 februari 2019 maandelijks €191 kinderalimentatie betalen; het schorsingsverzoek wordt afgewezen.