ECLI:NL:GHAMS:2021:1070
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- R.D. van Heffen
- D. Radder
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na afwijzing verzoek wegens niet-naleving aangifteplicht contant geld
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak en in de verzoekschriftprocedure. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van kosten in de strafzaak af omdat appellant niet had voldaan aan de aangifteplicht voor contant geld en daardoor een verdenking van witwassen had doen ontstaan.
Het hof bevestigde dat de rechtbank de afwijzing op juiste gronden baseerde, waarbij het billijkheidsoordeel werd toegelicht aan de hand van jurisprudentie en het belang van de onschuldpresumptie. Het hof oordeelde dat geen vergoeding voor de strafzaak gerechtvaardigd was, maar dat wel gronden van billijkheid aanwezig waren om de kosten van de verzoekschriftprocedure te vergoeden.
De beschikking werd daarom vernietigd voor zover het de vergoeding van kosten in de verzoekschriftprocedure betrof en het hof kende een vergoeding van € 830 toe. De beslissing tot afwijzing van de vergoeding in de strafzaak bleef in stand.
Uitkomst: Hof wijst vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak af, maar kent vergoeding toe voor kosten verzoekschriftprocedure van € 830.