ECLI:NL:GHAMS:2021:1183
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij zwaar lichamelijk letsel door brugincident
Op 11 augustus 2019 raakte het slachtoffer ernstig gewond door een val nadat de traanplaten van een brug omhoog waren gezet, waardoor de brug van de kade afdreef. De verdachte werd ervan beschuldigd deze handeling te hebben verricht en daarmee schuld te hebben aan het letsel van het slachtoffer.
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd. Het hof oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de verdachte in redelijkheid het gevolg van zijn handelen had kunnen voorzien. Hoewel de verdachte onvoorzichtig was, ontbrak het aan de vereiste strafrechtelijke schuld zoals bedoeld in artikel 308 Sr Pro.
De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte pleitten beiden voor vrijspraak. Het hof volgde dit standpunt en sprak de verdachte vrij, omdat het niet aannemelijk was dat hij wist dat het omhoog zetten van de traanplaten de brug kon laten draaien en van de wal kon laten afdrijven, wat uiteindelijk tot het ongeluk leidde.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2021. Een van de rechters was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van schuld aan het zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer.