ECLI:NL:GHAMS:2021:1413
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontbinding huurovereenkomst wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf huurder
In deze civiele zaak stond centraal of appellant zijn hoofdverblijf had in de gehuurde woning, hetgeen bepalend was voor de rechtmatigheid van de ontbinding van de huurovereenkomst door verhuurder Kennemer Wonen.
Het hof had eerder een tussenarrest gewezen waarin Kennemer Wonen de gelegenheid kreeg bewijs te leveren dat appellant geen hoofdverblijf in de woning had. Kennemer Wonen heeft echter afgezien van verdere bewijslevering. De door Kennemer Wonen overgelegde verklaringen van omwonenden waren summier en onvoldoende om vast te stellen dat appellant niet zijn hoofdverblijf had in het gehuurde.
Appellant heeft met onder meer verklaringen van twee naaste buren gemotiveerd betwist dat hij geen hoofdverblijf had. Het hof concludeert dat appellant niet tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. De eerdere ontbinding en ontruiming zijn daarom onterecht.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van Kennemer Wonen af. Tevens veroordeelt het hof Kennemer Wonen in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontbinding en wijst de vorderingen van Kennemer Wonen af wegens onvoldoende bewijs dat appellant geen hoofdverblijf had.